+31 35 543 1000 info@kza.nl

Hoe aannames de wereld en jezelf als persoon vormen

Aannames, je groeit ermee op en je kan niet zonder. En het is en blijft bijzonder hoe snel je erin tuint. Jij niet? Test jezelf maar:

Zet in het plaatje rechts 3 rechte lijnen, uiteindelijk moet het een vogel worden.

Wat speelt er nu door je hoofd heen? Hoe ga je het aanpakken? Je observeert de gegevens en gaat daaruit handelen, tegelijkertijd beperkt dat enorm je ‘fantasie’ omdat je automatisch in een hoekje wordt gedreven. Geprobeerd? Had je gedacht aan het feit dat de < een snavel kan zijn en de ‘ een oog? En ging je met dat beeld aan de slag? Waarschijnlijk ben je huiverig met het lezen van de titel van deze blog en dat je er niet in wilt tuinen maar had je alle gedachten overboord gegooid en de ‘Kip’ gevonden, door drie verticale strepen te zetten? Juist dit typische voorbeeld laat zien hoe je gedachten aan de slag gaan met een probleem of situatie.

 

Met een baan in de IT loop je vaak genoeg tegen aannames aan. Hopelijk zo veel mogelijk tijdens het vaststellen van de requirements of het reviewen van het eerste design, maar hoe scherp ben je erin?

En nee niet alleen met raadsels of opdrachten in een project, maar ook in je gedrag loop je tegen aannames aan. Hoe reageer jij als iemand ineens, ‘zonder’ reden, boos op je wordt? Waar komt dat gedrag en die houding vandaan? Een goed moment om die vergelijking te leggen en je zo bewust te maken van je kracht en gedrag. Is het een gerechtvaardigde aanname dat dit bewustzijn je een unieke flow geeft in je projectaanpak én omgang? Het is tijd om te beseffen dat het voorkomen van aannames typisch een eigenschap is van Business Attitude!

Bewustwording vs. Beeldvorming

In mijn kindertijd op weg naar vakantie speelde ik altijd in de auto spelletjes. Een van de spelletjes die vaak voorbij kwam was het spel “raad wat er gebeurd is”. Eén persoon heeft de eindsituatie en je moet door gesloten vragen erachter komen, wat er daadwerkelijk gebeurd is. Het fascinerende aan dit spel zijn de aannames die je maakt en waar je uiteindelijk je vragen op voortborduurt en soms al direct mee begint. Een voorbeeld:

“Jan en Els liggen in een grote plas met water in het midden van de kamer en het raam staat open”

De eerste vraag die meestal gesteld wordt is: “leven Jan en Els nog?”. Nee, is het antwoord. Op dat moment gaat er zich een beeld vormen in je hoofd van een man en een vrouw die in het midden van de kamer liggen en vraag je je af hoe ze zijn overleden. Hier komt je fantasie om de hoek kijken, ervaringen die je hebt opgedaan tijdens het kijken van films en een stuk logica dat je beheerst. (Semi)-automatisch ga je vragen stellen als: “Zijn ze vermoord?”, “Heeft het raam er iets mee te maken?”, “Was er een inbreker?”, “Heeft het geregend?” etc. Herken je je hierin? Niet gek, totaal niet gek, maar ga nu eens terug naar het voorbeeld. Welke woorden uit de zin heb je gebruikt om je beeld te vormen? Welke aannames heb je (onbewust en geheel logisch) daarin gemaakt? Wat als Jan en Els geen mensen zijn…..?

Zelfs al ben je volledig bewust van het feit dat dit voorbeeld een voorbeeld is om aannames te illustreren, toch maken je gedachten heel snel een aantal stappen, stap je over aannames heen en ga je vanuit daar door met denken. Uit welke stappen bestaat zo’n denk proces ? Dit beschrijft Chris Agyris in ‘The Fifth Discipline: The Art and Practice of the Learning Organization'(1990) met zijn Ladder van gevolgtrekkingen, zie figuur.

Uiteindelijk zorgt de reflectieve lus voor nieuwe input voor de volgende situatie en dus ook voor nieuwe aannames.

Zo zie je dat de aanname van ‘Jan en Els zijn mensen’ cruciaal wordt  in je conclusies en overtuigingen en resulteren in verkeerde (re)acties. Kortom, je bewustwordingsproject begint tijdens de beeldvorming. Deze ontdekking gaat je helpen in je oordeelsvorming.

Ontdekking vs. Oordeelvorming

Om te leren stil te staan bij de eerste 3 treden bekijken we de volgende situatie:

Je rijdt op een paard. Vlak voor je rijdt een brandweerauto en je wordt achtervolgd door een helikopter. Links van je rijdt een sportwagen en rechts van je is een afgrond. Hoe kun je er voor zorgen dat jullie allemaal op hetzelfde moment stoppen, zonder te botsen en zonder onderling te communiceren?

Opgelost? Super! Snap je het niet of kom je er niet uit?: Denk aan de derde trede!

Dit is een goed voorbeeld van een vraagstuk waarmee je fantasie direct aan de haal gaat. Wellicht zie je jezelf zitten op het paard, zie je de andere vervoersmiddelen en kijk je in gedachte over het randje de afgrond in. Je trekt (misschien) wel meteen conclusies: blijkbaar zouden we ook kunnen botsen of communiceren, waarom rijdt er een paard naast een sportwagen en is er een achtervolging bezig en is de afgrond diep? Ga dan terug naar trede 2 en 3. Klopt je beeld van paard? Klopt je beeld van afgrond? Klopt je beeld van achtervolgen? Heb je gedacht aan iemand anders die jullie kan helpen stoppen? En dat je in een cirkel beweegt…?

De vraag is natuurlijk hoe je controle houd over je persoonlijke en culturele achtergrond en (waar ik later nog op terug kom) hoe krijg je grip op iemand anders persoonlijke en culturele achtergrond.

Laten we als voorbeeld in het hoofd van een kleuter duiken die zonder al te veel moeite het volgende probleem oplost: Welke kant rijdt deze normale Nederlandse bus op, links of rechts?

Als je al het bovenstaande direct zou (en wil) toepassen had je me nu gevraagd: “Is het een echte bus”, “rijdt die wel?”, “Hebben we het over vooruit rijden of achteruit rijden?” of “Is Nederlandse bus van belang?”. De antwoorden zijn respectievelijk “Ja”, “Ja”, “Vooruit” en “Ja”. Kijk naar het plaatje alsof het een foto is, gemaakt door een kleuter van een rijdende bus. De cruciale vraag is wel: “Waarom zou een kleuter het wel oplossen?”. Hier raken we de persoonlijke en culturele achtergrond. Een kleuter heeft veel minder meegemaakt, ziet een bus op een andere manier en slaat niet alle informatie over een bus op die een volwassene wel op zou slaan. We kruipen ‘in’ de gedachten- en ervaringswereld van de kleuter: een bus, rijden met de bus, de bus komt aan, we stappen in, gaan zitten en de bus rijdt door. Als we deze persoonlijke achtergrond combineren met wat we zien, strookt er één van de bovenstaande gedachten niet met het plaatje. Welke kant rijdt de bus dus op? (Hint: de clou zit in ‘we stappen in’).

De opmerking ‘een kleuter ziet het meteen’, kan bij de toehoorder al een beeld oproepen van “O, ik denk vast veel te moeilijk!” en de persoon gaat dan minder moeilijk denken. Heb je door dat er een (belangrijk) groot verschil zit tussen minder moeilijk denken en denken als een kleuter? Dat verschil in oordeelsvorming, gaat je helpen in je beeldvorming dat een positieve bijdrage gaat leveren aan je besluitvorming.

Er zijn nu drie voorbeelden voorbijgekomen waarin je werd gevraagd om over een mogelijke oplossing na te denken. Bijzondere hiervan is dat je bagage (gedachten, oordelen en ervaringen) meeneemt naar het volgende probleem. Deze ervaringen kunnen zowel negatief als positief van aard zijn en hebben vanaf het moment ze binnendringen een effect op je volgende (denk)stappen. Een voorbeeld hiervan is ‘een roze bril hebben’ als iemand verliefd is. In principe ontwikkel je voor jezelf een overlevingsstrategie voor bovenstaande problemen. Deze strategie laat je pas los als je er op gewezen wordt dat het niet goed is of dat je het zelf beseft. Het effect van deze overlevingsstrategie is groter dan je wellicht denkt. Je ontwikkeld een standaardreflex waarmee negatieve ervaringen steeds beter zijn te overleven óf je gaat de negatieve ervaringen ontwijken. De standaardreflex zorgt ervoor dat je maar één manier hebt om het probleem aan te pakken, je wordt voorspelbaar en het gaat in de loop van de tijd zijn effectiviteit verliezen omdat geen een situatie of probleem hetzelfde is. Het ontwijkgedrag daarentegen zorgt ervoor dat je altijd alle moeilijke situaties uit de weg gaat. Zo zeg je bij bovenstaande problemen al snel “het kan me niets schelen” of “ik weet het niet”. Geheel onbewust groeit dit gedrag uit tot een overlevingsmechanisme. (H)erken jij dit bij jezelf? Ontdekt waar je oordeelsvorming vandaan komt? Ben je bereidt echt objectief te kijken en te handelen?

Bereidheid vs. Besluitvorming

Vooral als je bezig bent met aannames en de raadsels die erbij horen denk je wellicht dat je juist objectief kijkt. Ook hierin neem je ervaringen uit het verleden mee bij het verwerken van nieuwe informatie. Neem als voorbeeld het probleem met Jan en Els, één van de eerste vragen die bij nieuwe problemen naar voren komt is “zijn het mensen?”. Hierdoor wordt je overlevings-  en oplossingsstrategie door direct daar op te focussen, waardoor je de rest (sneller) uit het oog verliest.

Het is daarom juist belangrijk te erkennen dat het ook bij jou voorkomt, voordat je het kan gaan herkennen.

Als we hier de raadsels uit filteren en de parallel bekijken met ons gedrag in dagelijkse ‘problemen en raadsels’ hebben we ook in ons dagelijks leven onze overlevingsstrategieën en ontwijkingsmanoeuvres. Ooit de overeenkomst gezien tussen ‘het krijgen van een probleem, 10 seconden het proberen en dan opgeven’ en ‘de directeur of hoge manager’ iets gaan vragen en halverwege omdraaien en koffie te halen”.

Terugkijkend naar de ladder van de gevolgtrekkingen, is dit niet alleen toepasbaar op raadsels maar juist ook op dagelijkse problemen en situaties. De eerste drie treden voordat je start met aannames zijn je ontwijkingsmanoeuvres en overlevingsstrategieën en die worden keer op keer gevuld door middel van de reflectieve lus en worden daardoor sterker en sterker zichtbaar en voelbaar! Alleen heb jij dat zelf door?

Zoals Chris Agyris zelf ook al beschrijft zijn de drie stappen om dit alles onder de knie te krijgen:

  • Steeds bewuster worden van je eigen denken en redeneren;
  • Maak het denken en redeneren van jezelf meer zichtbaar voor anderen;
  • Doe onderzoek naar het denken en redeneren van anderen.

 

En neem dit alles mee naar je dagelijkse werk. Juist de bewustwording tijdens de beeldvorming, de ontdekkingen tijdens de oordeelvorming helpen je in je besluitvorming, als je er bereid voor bent er mee aan de slag te gaan! Aannames doe je al heel snel. Hoe meer je betrokken bent, hoe minder je ziet dat je aannames doet. Programmeurs, analisten, architecten e.d. zijn van nature gericht op de happy flow en kijken doelgericht naar de kern van de gewenste functionaliteit. Testers daarentegen zijn van nature gericht op de rainy-day scenario’s. Ze dagen hun omgeving uit om ook anders naar de werkelijkheid te kijken, ook rekening te houden met minder voor de hand liggende scenario’s. Daarmee zijn de testers van de toekomst zicht meer bewust van aannames. En denken dus wel aan het kratje bij de appels, of aan de vissen in de kom. Dat vereist een andere grondhouding, en veel, heel veel oefenen. Deze mensen blijven ook in 2020 van belang in elk IT bedrijf!

En dan het belangrijkste: Oefenen en elkaar scherp houden. De 8+ testspecialisten koesteren Deze eigenschap, proberen hem uit te dragen en hopen anderen om ons heen te inspireren. Want rondom aannames komen alle kerneigenschappen van Business Attitude voorbij. Voorkom jij ook je aannames bij Klantfocus, Relatiefocus, Helicopterview en Branchekennis…?

Niet alle voorbeelden kunnen oplossen? Je mag mij altijd mailen (amollema@kza.nl ) voor een oplossing of toelichting. Meer leren over aannames? Binnen KZA is er een training/workshop beschikbaar!